Station Groenlo
 

Geschiedenis van Station Groenlo

Bron: Geschiedenis van de spoorwegen in Winterswijk en omstreken door Arjan Ligtenbarg

De geldersch-Overijsselsche Lokaal Spoorweg

Op 9 augustus 1878 werd een wet van kracht, die de mogelijkheid opende voor de aanleg van spoorwegen van lichtere constructie plus een sterk vereenvoudigde beveiliging. Wachtposten, zoals deze op hoofdlijnen voor kwamen, waren niet vereist. Dit was de lokaalspoorwet.

Een lokaaltrein werd in de volksmond al gauw de Bello genoemd, vanwege de bel op de loc. De lokaaltreinen mochten eerst niet harder rijden dan 30 km per uur. In 1900 werd dit verhoogd tot 50 km per uur.

Textielfabrikant Jan Willink haakte in op de mogelijkheden die de nieuwe wet bood. Zijn doel was het textielgebied Twente en de Achterhoek met elkaar te verbinden. In 1879, een jaar na de opening van de lijn Zutphen-Winterswijk, publiceerde Jan Willink nogmaals een brochure: “Lokaalspoorwegen van Winterswijk naar Hengelo en van Winterswijk naar Zevenaar” en hij diende meteen een concessie-aanvraag voor deze lijnen in.

Jan Willink richtte de “Vereeniging tot Bevordering van den Aanleg van Lokaalspoorwegen in Gelderland en in Overijssel” op, met Mr. J.E.H. Baron van Nagell tot Ampsen als voorzitter en Jan Willink als administrateur. De vereniging had voor de lijnen naar Hengelo en naar Zevenaar een zeer eenvoudig tracé in gedachten: zo rechtstreeks mogelijk. Daar is later nog wel het een en ander aan gewijzigd.



Plannen voor lokaallijnen

De vereniging beschrijft in een rapport voor de deelnemers aan de geldlening op 15 december 1879 het verloop van de nieuwe spoorlijnen: de lijn naar Hengelo zou beginnen bij het station Winterswijk, ging in noordwestelijke richting, oostelijk langs Groenlo, en tussen Eibergen en Neede door. Dan naar Enschede af. De volgende stations waren geprojecteerd: Groenlo, een gemeenschappelijk station Neede-Eibergen en tenslotte Haaksbergen. Wat de eindpunten Winterswijk, Hengelo en Enschede betrof werd nog overwogen of gebruik werd gemaakt van de bestaande stations of dat er nieuwe aparte stations zouden verschijnen.

Voor de lijn Winterswijk-Zevenaar had de vereiniging een zeer eenvoudig trace in gedachten: van Winterswijk langs de noordzijde van Aalten tussen Terborg en Doetinchem door naar Zevenaar. Er zouden stations komen in Aalten en Varsseveld, een station Terborg-Doetinchem en tenslotte Wehl en didam. Maar daarvan kwam men terug, omdat het terrein bij Bredevoort en Aalten veel te heuvelachtig was. De lijn werd daarom langs de zuidzijde van Aalten ontworpen. Zowel Terborg als Doetinchem wensten een eigen station en daarom werd de lijn geknikt om deze plaatsen beter te kunnen naderen. Vanaf de Oude IJssel was de lijn rechtstreeks naar Zevenaar ontworpen en ze is later ook zo aangelegd.

Op de lijn Winterswijk-Zevenaar oefende de tetielindustrie minder invloed uit dan op de lijn Winterswijk-Hengelo. De grote textielfabrieken bevonden zich immers in Winterswijk en in Twente. Dat ondervonden Jan Willink en Mr. J.E.H. Baron van Nagell tot Ampsen, toen zij de belangstelling voor de spoorlijnen onderzochten en zij kapitaal voor de aanleg verzamelden. De aanleg van de lijn Winterswijk-Zevenaar kwam daardoor op losse schroeven te staan. Mede dankzij een financiële toezegging van de gemeente Enschede van f75.000,- kon de aanleg toch doorgaan.

Aangezien er ook in Winterswijk en bocholt textielfabrieken waren, beschouwde Jan Willink de lijn Winterswijk-Hengelo als een verlenging van de lijn Winterswijk-Wesel, en voorzag hij een levendig goederenvervoer tussen het westelijke Ruhrgebied, Winterswijk en Twente.

De Geldersch-Overijsselsche Lokaal Spoorweg (GOLS) werd op 18 juni 1881 opgericht. Aan de geplande lijnen van Winterswijk naar Hengelo en naar Zevenaar waren inmiddels zijtakken toegevoegd: een lijn doetinchem-Ruurlo-Neede en Boekelo Enschede. Op de lijn Winterswijk-Zevenaar waren niet zozeer de texielfabrieken, maar de in de Liemers aanwezige ijzergieterijen en steenfabrieken van invloed, en zo werd de lijn voor deze regio van belang.

Al tijdens de aanleg kreeg de spoorlijn Winterswijk-Hengelo de bijnaam van “schaddenspoor”. Sommige mensen waren ervan overtuigd dat de treinen niets anders te vervoeren zouden hebben dan de s hadden ofwel heideplaggen, waarmee in de Achterhoek en Twente de kachels werden gestookt. Maar met de aantallen passagiers ging het naar wens op de nieuwe GOLS-spoorlijnen. Willink kreeg snel gelijk. Het goederenvervoer (vooral textiel, hout en kunstmest) bleek bijzonder rendabel.

Station Groenlo had spooraansluitingen naar de Stoomhoutzagerij Nahuis, de steenfabriek en naar het slachthuis.

Door de komst van tramlijnen en buslijnen verviel op 3 oktober 1937 de reizigersdienst op de lijnen Winterswijk-Neede en Ruurlo-Neede-Enschede. Deze treindiensten kregen een rechtstreekse opvolger in de vorm van twee nieuwe buslijnen van de Geldersche Tramwegen.

Er gingen iedere twee uur bussen rijden van Winterswijk naar Enschede en van Doetinchem naar Enschede, waardoor er tussen Neede en Enschede een uurdienst ontstond. Ook kwam er een busdienst Doetinchem-Groenlo, die daar aansluiting gaf in de richting Neede.



Stichting GOLS Station Groenlo
Stationslaan 11
7141 DJ Groenlo
Facebook